Nu is het tijd om spelletjes te spelen. Maak 2 groepen van 4 kinderen, die je van te voren met de jarige al hebt ingedeeld. Je kunt eventueel elk groepje een kleur geven, door bijvoorbeeld een gekleurde sticker met hun naam achterstevoren op hun rug te plakken.
Spelletje 1: draai het kleed om
Leg 2 even grote kleden neer. Elk groepje gaat op een kleed staan. Nu is het de bedoeling dat de kinderen het kleed omdraaien, zonder van het kleed af te stappen. De kinderen mogen hun handen gebruiken. De groep die het eerste klaar is heeft gewonnen.
Spelletje 2: bootrace achteruit
De kinderen van elk groepje gaan achter elkaar zitten, met de benen gespreid en de armen om het middel van het kind voor hem/haar. Op het startsein moeten de kinderen op hun billen naar achteren schuiven. Als de rij breekt, moeten ze opnieuw beginnen. Het team dat het eerst over de finish gaat, heeft gewonnen.
Spelletje 3: woorden raden
Geef ieder kind een briefje met daarop 8 achterstevoren-woorden, bijvoorbeeld: tseef, nollab, rued, egiraj, traat, peons, uaedac, leps. De kinderen moeten proberen binnen 3 minuten hiervan zoveel mogelijk goede woorden maken. Tel daarna het aantal goede woorden per groepje op. Het groepje met de meest punten heeft gewonnen.
Spelletje 4: knijper spel
Zet 2 emmers neer. Van elk groepje gaat 1 kind met de rug naar de emmer staan. Ze krijgen allebei 10 knijpers. De bedoeling is dat ze één voor één de knijpers over hun schouder in de emmer gooien. Als het eerste kind klaar is, gaat het tweede kind met de rug naar de emmer staan, enz. Tel het totaal aantal knijpers van elk groep bij elkaar op die in de emmer beland zijn. Het groepje met de meeste punten heeft gewonnen.
Spelletje 5: tekening met achterstevoren dingen
Geef elk kind een plaat met daarop achterstevoren dingen. De afbeelding hieronder kun je op je eigen computer opslaan door er met je rechtermuisknop op te klikken en te kiezen voor 'afbeelding oplaan als....'. Daarna kun je hem uitprinten. Laat elk kind binnen 5 minuten zoveel mogelijk achterstevoren dingen op de tekening aankruisen. Tel het totaal van het aantal gevonden achterstevoren dingen op per groepje. Het groepje met de meeste gevonden dingen heeft gewonnen.

Spelletje 6: verkleed-estafette
Leg 2 stapels kleren neer, met op elke stapel dezelfde soort kledingstukken, dus bijvoorbeeld 2 broeken, 2 overhemden, 2 petten etc. Op het startsein trekt de eerste van het groepje de kleren omgekeerd aan. Dit kind rent zo snel mogelijk naar een bepaald punt, komt weer terug en kleed zich weer uit. De rest van het groepje mag niet helpen. Dan is het volgende kind aan de beurt. Het groepje dat het eerste klaar is heeft gewonnen.